Anne
293
post-template-default,single,single-post,postid-293,single-format-standard,bridge-core-1.0.5,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,qode-title-hidden,qode_grid_1300,side_area_uncovered_from_content,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-18.1,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,disabled_footer_bottom,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.2,vc_responsive
Anne

Anne

Een huis in Frankrijk hebben is rijkdom. Echt niet alleen vanwege het mooie weer, de wijn die uit de kraan stroomt en het heerlijke eten. Huizenbezitters in den vreemde zijn rijk omdat ze in de gelegenheid zijn hun vrienden op een heel mooie manier beter te leren kennen.

Jaren geleden werd ik voorgesteld aan Anne.

Zij kwam de redactie van een groot amusementsprogramma op de zaterdagavond versterken. Televisieredacteuren hebben altijd een soort eeuwige leeftijd van eind-twintig-begin-dertig. Mijn verbazing was dan ook groot toen ik opeens oog in oog stond met een vrouw van in de vijftig. In mantelpak, parelketting, wilde panty, lichtroze lippenstift en een uitgestoken hand.

‘Dag, ik ben Anne’, zei een doorrookte stem.

Die kennismaking zou in de loop der jaren uitgroeien tot een vriendschap.

Toen de zaterdagavondklus erop zat bleef de redactie, L. en B. allebei eind-twintig-begin-dertig, Anne en ik wat ouder, elkaar zien. We schuimden de restaurants in Amsterdam af, altijd met zorg door Anne gekozen, en daar roddelden we over iedereen in de tv-bizz en lieten we de wijn rijkelijk in de glazen stromen, want Anne en ik konden toch op de fiets naar huis.

De twee van eind-twintig-begin-dertig gingen trouwen, werden zwanger, kochten hun eerste huis en Anne en ik spraken wat vaker met z’n tweetjes af.
Ook omdat Anne me iets moest vertellen. Iets waar zij ‘de twee jonkies’ niet mee lastig wilde vallen. Ze was ziek.

De wens van Anne om een paar dagen bij ons in Frankrijk te logeren werd in de zomer van 2016 werkelijkheid.

‘Lieve schat, ik blijf maar drie dagen, want je weet wat ze zeggen over gasten en vis…’

Ed en ik stelden met veel plezier een driedaags-vegetarisch-driegangen-menu gecombineerd met twee uitstapjes naar restaurants in de buurt voor haar samen.

‘Ik hoef niks. In de auto zitten en een beetje rondrijden vind ik prima en ik heb een heel dik boek over Napoleon bij me,’ mailde ze me.

Anne zag er slecht uit, ze had donkere wallen onder haar ogen en ze was kortademig toen ik haar ophaalde van het vliegveld in Bergerac. De rest van de dagen werd het niet veel beter. Maar genieten deed ze met volle teugen. Ze at alles wat Ed haar voorzette met smaak op, liet haar glas graag nog eens volschenken en na een paar wijntjes kwam de oude luidruchtige, hardop schaterende Anne weer een beetje terug.

Overdag zaten Anne en ik in de luie stoelen. Zij met Napoleon, ik met een detective. Genietend van de rust en van elkaars gezelschap. En tussen het lezen door kletsten we. Veel. ’s Avonds boomden Anne en Ed urenlang over de Tweede Wereldoorlog. Ze had speciaal voor Ed het boek over ‘haar Max’ die de kampen had overleefd meegenomen. De research voor het boek had ze zelf gedaan.

Aan het eind van haar verblijf brachten we haar naar J., een jeugdvriendin van Anne – inmiddels ook een vriendin van ons – die ook in de Dordogne woont. J. leerden wij via Anne kennen en dat benadrukte Anne maar al te vaak en graag. We lunchten met z’n vieren en namen afscheid. J. zou Anne weer naar andere vrienden brengen.

Terugrijdend namen Ed en ik de dagen met Anne door. Het komt vaker voor dat ik bevriend raak met oud-collega’s maar Ed en Anne waren in die paar dagen ook echt goede vrienden geworden. En dat vond ik bijzonder.

Afgelopen februari gingen Ed en ik met Anne in Amsterdam uit eten. Ze zag er geweldig uit. Geen wallen onder haar ogen en de kortademigheid was verdwenen. Maar dat was dan ook het enige goede nieuws van die avond. Want ze had niet lang meer. Ze wilde het er niet over hebben maar dat deden we toch, de hele avond.

Een maand later bezochten we haar in het ziekenhuis.

‘Kan ik iets voor je meenemen?’, sms’te ik.

‘WIJN’, kreeg ik in hoofdletters terug.

Op een zondagmiddag dronken we voor het laatst een flesje wijn met z’n drieën. Ze praatte honderduit en keek er naar uit om naar huis te gaan. Daar zou ze de laatste fase van haar leven ingaan met haar twee geliefde zussen aan haar zijde.

Op een zondagochtend, terwijl de lente net haar intrede deed, is Anne in alle rust thuis overleden.

Het gemis blijft groot maar die paar dagen met Anne in Frankrijk is rijkdom.