Vive la revolution!
335
post-template-default,single,single-post,postid-335,single-format-standard,bridge-core-1.0.5,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,qode-title-hidden,qode_grid_1300,side_area_uncovered_from_content,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-18.1,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,disabled_footer_bottom,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.2,vc_responsive
Vive la revolution!

Vive la revolution!

Ik ben in shock. We zijn in shock. Waarschijnlijk is het hele dorp in staat van ontreddering. Het fête votive, ons jaarlijks dorpsfeest, is niet meer. Tenminste, niet zoals het hier al sinds mensenheugenis wordt gevierd. Ik kon dit feest uittekenen: lange tafels met glanzend wit papier en om de meter stond een fles rode wijn. Voor een sympathiek bedrag kregen we een compleet menu waarvan de entrecôtes door de burgemeester zelf werden gebakken. En ieder jaar was er een spetterend optreden van de feestband TTC. Een paar jaar geleden was er al commotie onder de dorpelingen omdat het hoofdgerecht moules frites vervangen was door entrecôtes, maar nu heeft zich echt een revolutie voorgedaan.

Want er is wel een feest, maar zónder biefstukkenbakkende burgemeester. Het feest is ingeruild voor allerlei kleine eettentjes: we krijgen namelijk een Marché Gourmand. Hoezo? Waarom? Wat was er mis met hoe we het altijd deden?

‘Omdat’, zo vertelt de burgemeester, ‘er geen feestcommissie meer is.’

Huh?

‘Omdat de leden van de feestcommissie zichzelf te oud vonden en de jongeren geen zin hebben om lid te worden’, vervolgt hij.

Ja, ja, denk ik. Dat zal wel. Maar we horen ook al jaren verhalen over de comitékenau, de vrouwelijke feestführer, die alleen haar eigen zin doordrijft en nooit openstaat voor de ideeën van de andere leden. Kan het zijn dat de rest van het comité er na al die jaren – als stil protest – er gewoon de brui aan gegeven heeft?

Als ik de dag voor de feestavond door het dorp wandel, staat als vanouds het podium voor de band klaar. Oh, ja, dat zag ik op het dorpsfeestaffiche staan: er is naast de Marché Gourmand en het opblaasbare springkussenkasteel ook nog een optreden van een band die ik niet ken. De luifel van de biertent is ook al opgebouwd.

De volgende avond lopen we het plein achter de kerk op en ik ben aangenaam verrast: de lange witgedekte tafels staan er weer en net zoals ieder jaar is het al lekker druk bij de bar van de biertent. Ik zie een caravan met daarvoor een lichtblauw houten zwembad waar plastic eendjes in zwemmen die door kinderen eruit kunnen worden gevist.

We lopen verder en wat ik zie, valt me niet tegen. De vrouw die elke donderdag met haar busje bij ons voor de deur toetert en dan brood uit haar broodbus verkoopt, staat er met een kraampje, met brood bien sûr. Ik zie de schapenboer van le hameau boven op de heuvel, een donkere man met dreadlocks, hij verkoopt vanavond samen met zijn vriendin salades met kaas. Er staat iemand eendenborst en ganzenlevers te bakken, er is een entrecôtes-frites-tent, een kraampje met alleen maar pâtisserie en de lokale wijnboer heeft genoeg flessen om het hele dorp nog vanavond massaal knock-out te laten gaan. Pas mal! Eigenlijk best leuk dit. Iedereen scharrelt een beetje tussen de kraampjes door en kijkt ongegeneerd op elkaars dienblad om te checken wat de ander heeft.

Wij schuiven aan bij vrienden B. en V. uit een dorp verderop. Zij zijn toujours voorbereid op dorpsfeesten dus komen er uit hun mand: een prachtige snijplank, wijn- en waterglazen, verschillende worsten, stoffen servetten (j’adore) en een koeler met ijsklontjes op tafel.

‘Want die eerste fles witte wijn is meestal wel lekker koud maar die tweede… En daarom hebben we altijd ijsklontjes bij ons,’ zegt B.

Ze heeft gelijk en ik vind het fantastisch.

En dan zie ik nog iets wat ik ook fantastisch vind, de band komt al spelend het plein op en ik herken ze allemaal. Het is gewoon TTC! Minus de knappe zangeres die altijd in hotpants met haar lange, volle benen liep te pronken. Dat vindt Ed jammer, maar ik niet want ze spelen precies dezelfde nummers als altijd, wat een feest!

Even later speelt de band op het podium en kijk ik naar de tafels op het plein. Ik zie veel bekende en vertrouwde gezichten. Zoals J., een wat oudere en sympathieke dorpeling. Hij zat in de feestcommissie en lijkt vanavond zelfs opgelucht. Hij geniet in ieder geval zichtbaar van de drank en van deze marché gourmand. Net als de rest van het dorp overigens; de tafels zitten vol, er wordt volop gegeten, gedronken en gelachen. Voor het podium wordt gedanst door jong en oud. Zo te zien heeft iedereen het wel naar de zin.

Ik ben opgelucht. Meer dan dat. Stiekem vind ik deze marché gourmand wel een verbetering ten opzichte van voorgaande jaren, we kunnen nu zelf besluiten wat we eten, we spekken de plaatselijke middenstand en zo kom je nog eens van je plek af en aan de praat met iemand anders dan degene die naast je aan tafel zit.

Wat er, godzijdank, niet veranderd is, is het grootste vuurwerk. Net als het begeleidende muziekje dat we al zeven jaar uit de krakerige speakers te horen krijgen. Samen met de dorpelingen genieten we rond middernacht van het spektakel in de diepdonkerblauwe lucht. Een knallende afsluiter van een verrassend leuk dorpsfeest nieuwe stijl. Ik ben voor.