Saint-Tropez
341
post-template-default,single,single-post,postid-341,single-format-standard,bridge-core-1.0.5,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,qode-title-hidden,qode_grid_1300,side_area_uncovered_from_content,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-18.1,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,disabled_footer_bottom,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.2,vc_responsive
Saint-Tropez

Saint-Tropez

‘Zeg, jij weet vast wel een leuke, beetje betaalbare plek om te lunchen in Saint-Tropez, toch?’, app ik aan vriendin MB.

Voor MB. is Saint-Tropez standaard Saint-Trop’ want volgens haar spreken alleen toeristen de ‘ez’ uit. Zij kan het weten, ze kent Saint-Tropez als haar designerbroekzak: ze zit er voor haar modeminnende werk of ze viert er een paar dagen vakantie met haar man en drie prachtige dochters.

‘Ha ha, betaalbaar en Saint-Trop’! Die woorden staan nooit samen in één zin. Maar natuurlijk heb ik een paar leuke adresjes…’, krijg ik van haar terug.

We gaan een paar dagen naar de Provence en Saint-Tropez staat op mijn wensenlijstje. Want ik ben er nog nooit geweest. Ik houd van ons rustige leven op het Franse platteland maar ik ben ook dol op Franse steden. En dan vooral, want een geboren Haagse, op badplaatsen.

Ik ken Saint-Tropez eigenlijk alleen maar van het programma Glamourland. Dit werd jaren geleden gepresenteerd door de chique pratende, sympathiek brutale Gert-Jan Dröge. Hij bezocht iedere aflevering plekken waar alleen ‘de rijken’ kwamen. Hij was regelmatig in Saint-Tropez en kwam daar altijd Jan des Bouvrie tegen. Ik heb trouwens jarenlang gedacht dat ‘des Bouvrie’ Jans artiestennaam was.

Maar goed, we gaan naar het mondaine Saint-Tropez, we gaan rijke mensen en dikke, vette jachten bekijken.

De avond ervoor zitten we in een prachtige chambre d’hôte waar Ed ’s avonds laat naar een Louis de Funes film op tv kijkt. De volgende ochtend zitten we fris en vrolijk met honderden andere automobilisten in een dikke, vette file op weg naar Saint-Tropez. Wel een leuke file trouwens want de Porsches en Ferrari’s zijn hier net zo normaal als witte busjes in de Dordogne. Dat niet iedereen ook echt eigenaar van die auto is, komen we later pas achter. Je kan hier namelijk op verschillende plekken voor een dag, een uur of zelfs twintig minuten een Ferrari huren.

‘Wie huurt er nou zo’n ding voor maar twintig minuten?’, vraagt Ed zich af.

‘Nou, misschien als je indruk wil maken als je een jaar of achttien bent?’, zeg ik. ‘Toet toet, hoi, wil je verkering met me? Ja? Oké. Doei. Vroem vroem.’

Omdat de file veel langer duurt dan we dachten, besluiten we te gaan lunchen in Gassin, een prachtig bergdorp met uitzicht op de badplaats. En omdat we hier maar op een half uur rijden van Saint-Tropez zitten, betalen we alsnog een smak geld voor een niks-aan-de-hand-lunch.

Dan zakken we eindelijk af naar Saint-Tropez. De file is minder. Alle, al dan niet gehuurde, Ferrari’s en Porsches staan nu geparkeerd in het dorp. Want dat is het dus. Niks stad, het is gewoon een groot dorp. We lopen door de PC Hooftstraat van het dorp met winkels van Vuitton, Versace, Miu Miu, Jimmy Choe en gaan dan richting de boulevard. Ik verwacht ieder moment Jan des Bouvrie te zien maar ik zie vooral toeristen en heerlijk foute, over-the-top protserige jachten. Omdat het bloedheet en midden op de dag is, zie ik helaas geen puissant rijke types achter op het dek zitten met een glas champagne. Een tegenvaller.

Ed ploft ergens op een terras neer want hij heeft dorst en ik moet plassen. Als ik terugkom van het toilet staat Ed naast zijn tafel.

‘Wil jij negen euro betalen voor een glas Perrier?’, vraagt hij aan me.

We kopen water bij een kraampje.

Even later stuiten we op een gigantische villa, midden in het centrum. Naast het toegangshek staat heel groot het logo van CHANEL, het favoriete merk van vriendin MB. Zou het een museum zijn? Zullen we gaan kijken? Maar dan zie ik tegenover de villa iets wat mij bekend voorkomt. Gisteravond zag ik het nog op tv.

Het is het politiebureau van Louis de Funes: de Gendarmerie Nationale. En dat is wel een museum.

‘Zullen we?’, vraag ik.

Ed staat al in de rij.

Het museum is geweldig: er is een intiem bioscoopzaaltje, je kan in een paar oude auto’s zitten en dan ‘rijd’ je in een scene die uit de film komt en je mag achter het bureau van Louis de Funes een proces verbaal typen op een vastgelijmde typemachine. Ed staat op een gegeven moment bij een bureau waar een jaren zestig telefoon rinkelt. Hij pakt de hoorn, luistert even, en zegt dan tegen een verbaasd kijkend jongetje dat naast hem staat:

C’est pour vous, monsieur.’

Het jongetje weet even niet wat hij met de grote hoorn moet doen maar hoort dan Louis Funes te keer gaan en kijkt lachend naar zijn vader die weer lachend naar Ed kijkt.

De toegang tot het museum kostte acht euro. Voor z’n tweetjes. Een euro minder dan een glas Perrier op de boulevard. Tja. Ik vond Saint-Tropez geweldig maar om een andere reden dan ik aanvankelijk dacht. En daardoor toch wel weer een aanrader.