Michelin
911
post-template-default,single,single-post,postid-911,single-format-standard,bridge-core-1.0.5,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,qode-title-hidden,qode_grid_1300,side_area_uncovered_from_content,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-18.1,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,disabled_footer_bottom,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.2,vc_responsive

Michelin

In het jaar dat we ons huis in de Dordogne kochten, reden we ontelbare keren op en neer om te klussen. Tijdens die ritjes – 1100 kilometer heen en inderdaad ook weer terug – had ik genoeg tijd om een paar voornemens te maken. Ik wilde in no-time vloeiend en accentloos Frans spreken, ik wilde alle Franse departementen uit het hoofd leren en ik wilde samen met Ed bij alle restaurants uit de Michelingids eten. Toegegeven: ambitieus plan, maar je moet ergens beginnen. En ik wilde bovendien ook weer in mijn trouwoutfit passen, maar dat had niks met Frankrijk te maken en het Michelinplan maakte dat voornemen trouwens nog veel lastiger.

Om al die voornemens waar te maken, had ik een speciale ‘Frankrijktas’ in de auto liggen. Wat zat daarin? Een toen al gedateerde CD met Franse lessen; ‘Help, een lifter heeft mijn handtas van de achterbank gestolen bij de douanecontrole.’ Een megagroot en dus mega-onhandig kinderboek, aangeschaft bij een Frans tankstation, waarin met plaatjes en vrolijke kleurtjes alle departementen werden behandeld. Leuk om te weten: de meeste departementen zijn vernoemd naar de rivier die er doorheen stroomt. Ook een oud exemplaar van de Michelingids, die thuis al een paar jaar in de kast stond, zat in de tas. Natuurlijk hadden we deze gids al eens geraadpleegd tijdens eerdere trips door Frankrijk, maar nu behoorde deze rode eetbijbel tot de eerste levensbehoeften.

Het plan was om bij elke heen- of terugreis bij een restaurant uit de gids te lunchen. Dat betekende wel dat we de snelweg moesten verlaten, maar dat was ooit ook het idee van de Michelinbandenbroers. In de gids, in den beginne nog gratis, stonden alle restaurants en hotels die chauffeurs onderweg konden aandoen. Michelin hanteerde voor de restaurants drie kwalificaties: een uitstekende keuken, een verfijnde keuken die een omweg waard is en een uitzonderlijke keuken die een reis waard is. Ik was klaar voor alle drie.

Ed keek onderweg naar aansprekende dorps- of stadsnamen op de verkeersborden en ik maakte dan mijn wijsvinger nat en bladerde als een gek door de flinterdunne pagina’s om te kijken of er volgens de gids een restaurant zat.

‘Ja, er zit een restaurant en er staan twee bloemetjes bij’, zei ik verheugd.

‘Daar gaan we dus niet heen, zei Ed gedecideerd.

‘Hoezo niet?’, vroeg ik.

‘Even snel een tweesterrenlunch is een beetje overdreven. Of we doen het wel en gaan er ook overnachten’, zei Ed.

Dat deden we niet.

Op een mooie ochtend, rond een uur of twaalf zat ik in de auto klaar met de eetbijbel op schoot. Ed noemde een naam en ik bladerde door de gids, ondertussen de naam fonetisch voor mijzelf herhalend: rokfor an ievelines, rokfor an ievelines, rokfor…

Rochefort, roche, roche met ch’, zei Ed geïrriteerd.

‘Jaha, dat snap ik ook wel’, zei ik geïrriteerd.

Goed nieuws, er zat een restaurant in Rochefort-en-Yvelines. En de beschrijving in gids klonk ook goed, zelfs toen ik het op z’n Hollands-Frans voorlas. De laatste zin bleef hangen: une adresse symphatique. Verder was er ook nog iets met een cheminée monumentale in dit relais de poste uit de zestiende eeuw.

Het restaurant bevond zich inderdaad in een uiterst charmant, oud postkantoor. Binnen zat het vol met goed gekleed volk dat even verstoord van de maaltijd opkeek want het was inmiddels al bijna één uur. Er hing een serene rust, een rust die we later vaker zouden meemaken in restaurants, want tijdens het belangrijkste moment van de dag, de lunch, hoeft niet per se gesproken te worden. We kregen een tafeltje in de buurt van de cheminée monumentale waar een aangenaam vuurtje zijn werk deed. Een mooi begin van het ik-wil-bij-alle-restaurants-uit-de-Michelingids-eten voornemen.

Ik weet echt niet meer wat ik heb gegeten, maar ik herinner mij wel de mooi opgemaakte bordjes en dat het allemaal heerlijk was. Ik weet nog dat ik de eigenaar sympathiek vond en dat de inrichting van het restaurant authentiek was. Gourmand Ed weet natuurlijk nog wel exact wat hij heeft gegeten, de specialiteit van het restaurant: tête de veau au sauce gribiche.

Terug in de auto zette ik een kruisje voor de naam van het restaurant.

‘Nog een paar duizend te gaan’, zei ik, en deed het dikke boek met een klap dicht.

Ik spreek nog steeds niet vloeiend Frans en als ik iets wil weten over de Franse departementen zoek ik dat online wel op. Maar het voornemen om bij alle restaurants uit de Michelingids te eten, is er nog steeds. Sterker nog, ik heb nu al zin om straks weer een stuk om te rijden…