Huis met dakterras
1126
post-template-default,single,single-post,postid-1126,single-format-standard,bridge-core-1.0.5,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,qode-title-hidden,qode_grid_1300,side_area_uncovered_from_content,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-18.1,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,disabled_footer_bottom,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.2,vc_responsive

Huis met dakterras

‘Als dat het huis is, koop ik het ongezien’, zegt Ed, terwijl wij allebei naar een zachtroze geverfde gevel staan te kijken.

Een paar minuten geleden zijn we voor een bezichtiging een dorp ingereden en al bij de eerste straat zijn we enthousiast. Mooie, grote huizen en zo te zien allemaal goed onderhouden.

‘Er zit leven in dit dorp’, zeg ik na een paar straten.

Dat klopt, want vrij snel daarna passeren we een bar en een restaurant met een vol terras. Ed en ik juichen. Dan zien we ook nog een slager en nog een slager én een bakker. Kijk, dit willen we; ’s ochtends even naar de bakker lopen voor verse croissants, een paar boodschappen doen bij de épicerie om de hoek en ’s middags lunchen in het restaurant op de volgende hoek.

Als we langs een fotogeniek pleintje rijden, zitten we in flashback: hé, hier zijn we al eens geweest. En dat klopt, de naam van het dorp kwam mij al zo bekend voor. Een paar jaar geleden hebben we in ditzelfde dorp met een andere makelaar een huis bezichtigd. Een huis dat we allebei erg leuk vonden, maar op een paar details niet hét huis was. Het werd wel het uitganspunt voor de zoektocht waarin we zijn beland: het moet een slank dorpshuis worden, verhuurbaar, niet al te groot, met authentieke details en een dakterras met een fraai uitzicht.

Dit huis had de pech dat het uitzicht zich beperkte tot de dakramen van de overbuurvrouw, alle kamers net iets te klein waren en de prijs veel te hoog. We hebben na de bezichtiging toen nog wel even een rondje door het dorp gelopen en waren toen ook al aangenaam verrast door de levendigheid. En door de plek; het dorp ligt in de Hérault tussen aantrekkelijke wijngebieden, in de buurt van een paar leuke Zuid-Franse steden en op veertig minuten rijden van de Middellandse zee.

We lopen met de makelaar het straatje in waar het te bezichtigen huis staat. Omdat er op de website van de makelaar geen foto van de buitenkant van het huis stond, kijken Ed en ik als een dolle rond.

‘Vast die met de ongeverfde deur’, denk ik, anders had zij wel een foto op de site gezet.

‘Vast dat saaie, grijze geval aan het eind van de straat’, denkt Ed.

We durven allebei niet goed naar het huis te kijken waar we recht voor staan. Een lief hoekhuis dat nog recent in een soort mediterraan zachtroze is geverfd, vrolijk gekleurde luiken, veel bloeiende potplanten op het oude trapje voor het huis en nog wat hangplanten aan het afdakje boven de voordeur. Met daarnaast een knalroze brievenbus. Het zou zo op een ansichtkaart kunnen.

‘Als dat het huis is, koop ik het ongezien’, zegt Ed, die zelfs door zijn mondmasker heen een lach op zijn gezicht heeft. De makelaar vertelt ons dat het dorp levendig is (zei ik toch), dat er een school is (vandaar dat levendige), dat er een medisch centrum en een kapper is (handig), een kleine supermarkt (jippie) en dat ze er zelf ook woont (leuk). Ze is eindelijk uitgepraat en draait zich dan om.

Waar gaat ze naartoe? Welke voordeur wordt het? De ongeverfde? De grijze? Iets anders waarvan je spontaan gaat janken?

Ze loopt het stoepje van het roze huis op, klopt op de deur en vraagt of we binnen mogen komen. Ed en ik werpen een snelle blik op elkaar, ik grijns achter mijn mondkapje. Een oud stel, allebei een kop kleiner dan wij – dus heel klein – heet ons van harte welkom en bekijkt ons nieuwsgierig. Ik hen ook. Ze zijn oud, maar vitaal en net zo levendig als het dorp. Hij schiet naar boven om alle luiken open te doen, zij babbelt – op een flink volume want de grote tv blijft natuurlijk aan – met de makelaar en kan niet ophouden met stiekem naar ons te kijken. Ze is trots op haar huis, denk ik, en terecht: het is goed onderhouden, het is er schoon en er hangt een fijne sfeer. De kleurenexplosie van buiten gaat hierbinnen door, iemand van dit stel is dol op kleur. Vanwege de zachtroze buitenmuur, gok ik dat zij het is.

De keuken is klein, maar handig ingedeeld, de huiskamer die aan de keuken vastzit heeft een lekker grote houtkachel en staat propvol met een bank, eettafel, kasten en tafeltjes. Er is zowel beneden als boven een prima slaapkamer en de badkamer is keurig, klein en makkelijk uit te bouwen. Onder het tapijt op de eerste verdieping liggen nog de originele tomettes.Dat zijn bonuspunten, want: j’adore les tomettes, die mooi, kleine, überfranseterracotta plavuizen.

Het terras bevindt zich ook op de eerste verdieping, dus we hoeven geen twee of drie trappen op voor het apéro. Het terras voldoet aan al onze wensen: groot genoeg voor een ruime tafel, een paar ligstoelen en een barbecue, met een water- en elektriciteitsaansluiting. En het allerbelangrijkste: geen vis à vis waardoor we geen last zullen hebben van nieuwsgierige gezelligheidsgluurders. Nog meer bonuspunten: het terras kijkt uit over een paar daken én over de wijnvelden die aan de rand van het dorp liggen. Ik zie ons hier ’s avonds al helemaal zitten, genietend van de ondergaande zon met nog een laatste glas, plannen makend voor de dag erna.

‘Morgen lunchen op het strand?’

‘Lekker. En op de terugweg even langs een wijndomein.’ 

Mocht je trouwens nog zo’n oude, doorleefde klustafel zoeken die je weleens in een woontijdschrift ziet staan, dan vind je die hier. Want in het atelier onder het huis staat een werkbank met ontelbaar veel bakjes en laatjes. Aan de muur hangen hamers, schroevendraaiers en nog meer spullen waar ik de naam niet van ken, laat staan wat je ermee kan doen. Vandaar dat het huis in picobello staat verkeert, monsieur is handig. Het atelier is door hem vakkundig geïsoleerd. Er staat een wasmachine, nog een koelkast, een vriezer en een waterontkalker. En er is een speciale ruimte waar het hout voor de kachel gehakt kan worden. Her en der hangen knoflook en uien te drogen.

‘Hier kunnen met gemak nog een paar fietsen in’, zegt de makelaar. Want Nederlanders fietsen nu eenmaal graag.

‘Of vrij veel wijnrekken’, zegt Ed, die al heel lang niet meer op een fiets heeft gezeten.

Als we afscheid van het oudere stel hebben genomen en we met de makelaar weer buiten voor het huis staan, is er ondanks de mondkapjes geen sprake meer van een pokerface van Ed en mij. We zijn verliefd. Hier zien wij ons de komende zomers wel doorbrengen.

Gisteren hebben we het huis een tweede keer bezichtigd en een bod gedaan.

(muziek van Jaws)