#9 Droomhuis aan zee: Twijfel
1218
post-template-default,single,single-post,postid-1218,single-format-standard,bridge-core-1.0.5,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,qode-title-hidden,qode_grid_1300,side_area_uncovered_from_content,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-18.1,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,disabled_footer_bottom,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.2,vc_responsive

#9 Droomhuis aan zee: Twijfel

De dag na de bezichtiging van het roze huis vertrekken we richting Nederland, onze zomervakantie en zoektocht naar een huis in de buurt van zee zit er bijna op. We hebben in een dorp, in de buurt van Orange, voor een paar dagen een chambre d’hôtes geboekt bij Fransen. Zij verhuren, net als wij ooit deden in de Dordogne, één kamer. We worden met een glas wijn verwelkomd door een vriendelijk stel van onze leeftijd en hebben vrijwel meteen een leuk gesprek. Het klikt.

Als we de tweede ochtend met z’n vieren aan het ontbijt zitten, worden we uitgenodigd om die avond bij hen te eten. Er komen twee bevriende stellen op bezoek en die vinden het vast leuk als wij ook aanschuiven. Ik zie er een beetje tegenop vanwege mijn toeristen-Frans, maar de gastheer en gastvrouw verzekeren mij dat het goed genoeg is en beloven mij er doorheen te slepen. De vrienden blijken allerliefst en heel geduldig met mij. Na een paar glazen wijn durf ik meer het woord te voeren dan anders en krijg ik zelfs mijn buurman aan het lachen met een sappig verhaal.

We hebben het naar ons zin bij deze sympathieke mensen, de omgeving bevalt ook goed, maar in gedachten zijn we de hele dag bij het roze huis. We praten nergens anders meer over. Het voelt alsof onze zoektocht naar een huis in de buurt van zee is geëindigd. Maar dat idee boezemt mij tegelijkertijd ook angst in.

Gaan we niet te snel? Moeten we nog niet even verder kijken? We kunnen toch niet tijdens een eerste rondje huizen kijken in dit fantastische land al iets hebben gevonden? Lopen we niet iets anders mis? Wat weten we nou helemaal van dat dorp? Ze hadden hier toch last van de mistral of was het nou de tramontana?

Ed heeft er duidelijk minder last van dan ik. Hij zegt meerdere keren dat we ons huiswerk hebben gedaan en dat het roze huis aan alles voldoet wat we zochten. Het is weliswaar klein, maar charmant, we hoeven er niet veel aan te verbouwen, we hebben genoeg leuke spullen om het in te richten, het dakterras is heerlijk, het uitzicht fenomenaal, er zit veel middenstand in het dorp, het restaurant zit elke middag bommetjevol én we zitten vlak bij het strand.

Allemaal waar, maar toch…

We hebben op Green Acres, Le Bon Coin en tientallen makelaarssites krankzinnig veel huizen bekeken. We hebben door dorpen gewandeld waar potentiële kanshebbers te koop stonden, we hebben ons oor te luisteren gelegd in dorpsrestaurants, we hebben wijndomeinen bezocht – essentieel voor onze keuze, beweerde Ed elke keer heel stellig – en we hebben verschillende stranden bezocht. Alles om de sfeer te proeven.

We hebben zoveel research naar de verschillende streken gedaan dat ik er met gemak een spreekbeurt over zou kunnen geven, maar toch merk ik dat ik het lastig vind om de beslissing te nemen.

‘Ik kan dagen doen over de aanschaf van een spijkerbroek en nu moet ik na een half uurtje door een huis gelopen te hebben, opeens een megabelangrijke beslissing nemen’, roep ik gefrustreerd tegen Ed.

‘Maar jij vindt het huis toch ook fantastisch?’, vraagt hij.

Ja, dat vind ik.

Maar waarom staat dat superschattige, zachtroze huis eigenlijk nog te koop? Is er iets mee aan de hand? Zit het vol met asbest? Is de prijs niet te hoog? Moeten we niet nog een keer in de winter gaan kijken? Met dit heerlijke weer ziet zelfs een afgefikte kerncentrale er nog charmant uit.

’s Avonds komt onze gastheer bij ons op het terras zitten, we hebben in het dorp gegeten – drie keer raden waar het gesprek over ging – en we genieten van de avond die een beetje verkoeling brengt. Hij vraagt of we zin hebben in een glas koele rosé. Dat hebben we wel. ‘Koel’ en ‘roze’ zijn op dat moment mijn lievelingswoorden.

We raken aan de praat over het roze huis en over onze – pardon: mijn – twijfel. Hij kijkt ons niet begrijpend aan en vraagt zich hardop af waarom we niet terugrijden voor een tweede bezichtiging?

Ik kijk Ed aan.

Is het zo simpel? Kan dat? Hebben we nog genoeg tijd, genoeg dagen om terug te rijden om nog een keer gaan kijken? Kunnen we de hotels die we geboekt hebben voor de terugreis nog annuleren?

‘Als we onze terugreis omgooien…’, rekent Ed hardop.

‘… karren we zo snel mogelijk terug…’, vul ik aan.

‘… en kopen we het roze huis’, maakt Ed de zin af.

De volgende ochtend belt Ed de makelaar. Hij belt binnen een kwartier terug: de eigenaren hebben tijd en hij maakt graag zijn agenda leeg voor de tweede bezichtiging.

‘Zorg dat je na de bezichtiging tijd hebt om met ons een kop koffie te drinken’, zegt Ed voortvarend.

Ik steek mijn duim op naar hem, ik grijns van oor tot oor. Ik voel mij steeds beter over deze beslissing. We gaan het gewoon doen. Opeens voel ik haast, we moeten opschieten, straks is het roze huis weg!