#11 Droomhuis aan zee: De notaris (SLOT)
1236
post-template-default,single,single-post,postid-1236,single-format-standard,bridge-core-1.0.5,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,qode-title-hidden,qode_grid_1300,side_area_uncovered_from_content,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-18.1,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,disabled_footer_bottom,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.2,vc_responsive

#11 Droomhuis aan zee: De notaris (SLOT)

Na een fikse en vooral langdurige onderhandelingsperiode zijn we voor beide partijen tot een bevredigend resultaat gekomen. De verkopers bleken toch best een paar kleine Franse bulldogs te zijn, maar Ed liet zich le fromage niet van zijn brood eten en vocht terug als een grizzlybeer met honger.

Nu begint het lange wachten tot ‘het dossier’ volledig is.

Fransen zijn dol op dossiers, liefst van papier en hoe dikker hoe beter. Het wachten is niet zozeer op de mannen van de diagnostiek die een kritische ronde door het roze huis zullen maken en het dossier zullen aanvullen met pagina’s vol gekleurde kaders, taartgrafieken en hyperinteressante percentages in verspringende kolommen. Nee, we wachten op een notaris met tijd voor een klusje.

Door corona heeft er een complete volksverhuizing in Frankrijk plaats gevonden. De grootstedelingen zijn erachter gekomen dat er op het platteland ook internet is en lijken zo’n beetje alle leegstaande huizen op de campagne te hebben gekocht zodat ze vanuit de tuin met hun collega’s kunnen zoomen. Met als gevolg dat de agenda’s van de notarissen ramvol zitten. Met nog meer dossiers om weg te werken.

Vier maanden later is het dan eindelijk zover, we zitten bij de notaris. Lang zal het niet duren, want dit is een moderne notaris, zo verzekert de makelaar ons. We hebben alle belangrijke paperassen al maanden geleden online getekend via een ingenieus, superveilig, check trippelcheck computersysteem.

De notaris blijkt een praatgrage vrolijke Frans te zijn. Het lijkt alsof hij in zijn kleine kantoor achter een loket zit; rechts van hem is een hoge stapel kleurige dossiermappen, links van hem een nog hogere stapel en vanwege corona zit hij achter een plastic scherm.

De bijna voormalige eigenaren zijn nog onderweg en dus babbelt hij wat met ons om de tijd te doden. Hij vermaakt ons met een paar vermakelijke anekdotes uit het notarisvak. Tijdens een van die anekdotes horen we opeens een diepe, luide, lang aanhoudende, genotzuchtige kreun van een vrouw. Daarna volgt een voldane, volle lach. We kijken allemaal een beetje verrast naar de notaris. Zijn we zojuist getuige geweest van een intiem moment van de buurvrouw wier slaapkamer extreem dunne muren heeft en aan zijn kantoor grenst? Hij kijkt ons aan en zijn mondhoeken krullen omhoog.

‘Dit willen jullie vast wel even zien’, zegt hij en wenkt ons om mee te komen. We verlaten zijn kantoor.

In een ander kantoor, annex keukentje, staan twee volwassen vrouwen te glunderen. Eén van hen heeft zojuist met een levensgroot mes een pompoen van zeker een halve meter in tweeën gesneden. Een ware prestatie. Pompoenpitten en stukken schil liggen op de printer en op verschillende dossiermappen. Ze kijken er extreem voldaan bij.

‘Als de verkopers nog lang onderweg zijn, mogen jullie straks vast wel van de soep proeven’, zegt de notaris opgewekt.

Als even later iedereen aanwezig is, zijn we verrast; de man in het Team Verkoop herkennen we direct, maar wie is die vrouw in zijn gezelschap?

Er is geen tijd meer te verliezen, dus gaan we aan de slag met het dossier. Naast het loket van de notaris staat het allergrootste tv-scherm dat ik ooit heb gezien. Zijn mailprogramma staat open en ik zou zelfs zonder mijn bril alle onderwerpen van zijn, over het algemeen ongelezen, mailtjes kunnen lezen. Hier komt straks de koopovereenkomst op te staan zodat we allemaal mee kunnen kijken.

De notaris loodst ons stap voor stap door alle paperassen heen. De kleine vrouw in Team Verkoop is stil. Heel stil. Ze kijkt bedremmeld wat voor zich uit. We kunnen onszelf niet bedwingen en vragen zachtjes aan de makelaar wie zij is.

‘Zij is de tweelingzus van de bewoonster en op papier is zíj de eigenaar van het huis,’ vertrouwt hij ons toe. Inderdaad, nu zien we de gelijkenis. Maar waar de bewoonster als kind in een grote ketel met spraakwater is gevallen, heeft deze vrouw alle schuchterheid van de familie geërfd. Ze praat zacht en zegt een paar keer dat ze iets niet begrijpt. De notaris is uiterst geduldig maar haar. Op ons oefent hij zijn Engels. Dat spreekt hij goed en hij neemt uitgebreid de tijd om naar woorden te zoeken, hij heeft overduidelijk geen haast.

‘Valt het je op dat je alle pagina’s van het contract aan het tekenen bent’, zegt Ed als ik bezig ben om op elke pagina van het koopcontract een paraaf te zetten.

‘Verdomd’, zeg ik.

In principe had één handtekening voldoende moeten zijn. Want we hebben alles al digitaal ‘getekend’. Niet dus. Dus eerst mag Ed op elke pagina zijn handtekening zetten. Daarna is de tweelingzus aan de beurt.

Ik kijk naar de makelaar en het valt mij nu pas op dat hij al die tijd niks gezegd heeft. Zijn mond is een streep, hij zit zich te verbijten.

Een pagina of veertig later zijn we officieel eigenaar van een roze huis in de buurt van zee. We mogen vanwege corona geen handen schudden dus doe ik een ‘Macron’; toen corona net was uitgebroken en niemand meer handen kon schudden, plaatste Macron zijn handen tegen elkaar en boog hij zijn hoofd een beetje schuin naar degene die tegenover hem stond. De kleine dorpsgenoten kijken mij een beetje verbaasd aan bij deze ‘Macron’, maar lachen vriendelijk. We nemen afscheid van Team Verkoop, waarbij hij ons vertelt dat hij met zijn vrouw in het dorp blijft wonen en dat we elkaar vast nog vaak zullen tegenkomen.

Eenmaal buiten op straat laat de altijd rustige, charmante makelaar zijn frustratie, op gepast volume gaan.

‘Ik heb deze notaris maanden geleden al jullie online getekende dossier gestuurd. Ik zag dat hij het dossier nog steeds niet had gedownload, ik heb hem daar verschillende keren over gemaild, maar kreeg geen antwoord. Toen heb ik hem ontelbare keren gebeld. Vier dagen geleden nam hij eindelijk op. We hebben een fikse woordenwisseling gehad. We besparen tijd met dit online dossier, zei ik tegen hem, maar u bezorgt mij meer werk doordat ik u nu de hele tijd moet bellen. Hij beloofde alles te downloaden. Dat heeft hij gisteren inderdaad gedaan, dat heb ik gezien. En nu laat hij jullie toch alles met de hand tekenen.

C’est ridicule, non?!

Hé, dus Fransen zelf hebben ook weleens last van een ongerijmde, soms onbegrijpelijke bureaucratie, denk ik bij mezelf. Maar ik zeg niks. We bedanken hem hartelijk, hij heeft veel voor ons gedaan. Hij heeft elke vraag van ons met plezier beantwoord, is ons steeds ter wille geweest en ondanks dat onze zakelijke verhouding hier eindigt, biedt hij toch nog aan om vanmiddag even de EDF te bellen zodat wij het elektriciteitscontract van de vorige eigenaren kunnen overnemen.

Ed en ik stappen opgewekt in de auto, we gaan terug naar het dorp, naar het roze huis. Óns roze huis. En op zoek naar roze champagne.

Het leven in een huis in de buurt van zee, kan beginnen.