#10 Droomhuis aan zee: De tweede bezichtiging

Ik heb honderden woonprogramma’s op tv gezien, meerdere keren met Ed een huis gekocht en mijn ouders zaten in de huizenlarij. Dus als iemand weet dat je bij een tweede bezichtiging je emoties moet uitschakelen, dan ben ik dat wel. We gaan het roze huis vandaag praktisch benaderen, technisch helemaal uitchecken, alles aanraken, streng op knoppen drukken, bij klemmende ramen het voorhoofd fronsen, bij loshangende draden bedenkelijk kijken en we gaan alleen maar zakelijke vragen stellen.

Ik heb voor de gelegenheid een opschrijfboekje en een pen meegenomen, Ed is gewapend met een meetlint. We gaan dit roze varkentje eens even wassen.

Maar bij de eerste blik op het huis, smelten al die voornemens als sneeuw voor de zon. Hoe heb ik ooit aan dit huis kunnen twijfelen? Was ik blind? Was ik niet goed bij mijn hoofd?

Ik adem diep in. We gaan naar binnen.

Ondanks dat de maten van het huis ons al bekend zijn, meten we alles toch nog een keer op. We checken de elektrische verwarmingen die her en der in het huis hangen: die kunnen allemaal weg. We kijken professioneel in de meterkast: ik onderdruk een niet zakelijke giechel: er is maar één stop. Ik draai de kraan in de keuken open: check. Ed informeert hoe oud de oven is, maar wil sowieso een nieuwe. Ik trek de vaatwasser open: ik heb ook liever een nieuwe. We tikken op de boiler: oude zooi uit 1975. We knippen een lichtknopje aan en uit: deze mag blijven, de rest moet worden vervangen. Ik trek de wc door en zet de kraan van de wastafel open: check, dubbelcheck. Ik klop her en der professioneel op een muur: klinkt goed. Ed tilt de vloerbedekking op de eerste verdieping op: rode tomettes, die mogen nooit weg. We kijken naar de water- en elektriciteitsaansluiting op het terras: top. Ik kijk waar de wortels van de klimop op de zijmuur beginnen: prima. Ed vraagt of er horren voor alle ramen zijn: die zijn er. Ik bewonder de roze brievenbus. Ed checkt de afvoer van de wasmachine: dit levert grote ogen bij Ed en mij op, maar als de gemeente het prima vindt, dan vinden wij het ook prima dat die richting de regenwaterafvoer verdwijnt. Ed informeert hoe oud de ontkalker is die in het atelier staat: niemand die het weet. Evenmin hoe het ding werkt. We kijken kritisch naar de loshangende snoeren van de koelkast en de wasmachine in het atelier: meteen de elektricien bellen.

Al die tijd probeer ik niet naar de kleine eigenaren te kijken die elke beweging die wij maken met argusogen volgen. Ik weet zeker dat als ik naar haar kijk, ik meteen een gulle lach krijg. Ik doe het niet, ik ben op een missie, ik ben één brok zakelijkheid. Als we zo’n beetje elke centimeter van het huis bepoteld hebben, spreken we met de makelaar af dat we elkaar over een half uur in het restaurant zien voor een kop koffie.

Zodra de makelaar de hoek om is en we uit het zicht van de kleine eigenaren zijn, kijk ik naar Ed. Die is net zo blij als ik. We hebben niks geks gezien, op de gebruikelijke zaken na die een oud Frans huis met zich meebrengen. Sterker nog, het viel mij eigenlijk helemaal niet tegen. En áls er iets met het huis is, dan horen we dat wel ­bij het uitgebreide diagnostisch onderzoek dat in Frankrijk bij de verkoop van een huis verplicht is.

We nemen het lijstje met gruwelijkheden waar de mannen van de diagnostiek naar zoeken zelf alvast maar even door. Asbest: niet gezien, Boktorren: niet gehoord. Ondeugdelijke elektriciteit: check en vervangen die handel. Een overvolle fosse septique: non, we zitten op het riool. Termieten: geen spoor van gezien. Loodhoudende verf: vast wel. Dode vogels in de schoorsteen: geen, vink af. Steenmarters op zolder: we hebben geen zolder. Wespennesten in de schuur: we hebben geen schuur.

Niets blijft onopgemerkt voor de mannen van de diagnostiek, zij draaien elke steen om, krabben elk stuk hout af, ruiken aan muren, luisteren aan balken, prikken in plinten, likken aan raamkozijnen en steken overal hun neus of hun vingers in.

De afgelopen dagen zijn Ed en ik aan het rekenen geslagen. We weten wat we te besteden hebben en we willen vanzelfsprekend een zo’n goed mogelijke deal. Het huis is fantastisch, maar een fatsoenlijk budget voor deugdelijke elektriciteit en het opfrissen van de badkamer en keuken, zou fijn zijn.

Ed doet straks de onderhandelingen met de makelaar. Ik hoef alleen maar mijn gezicht in de plooi houden. Dat wordt nog lastig want ik wil eigenlijk alleen maar lachen, babbelen, met iedereen vrienden worden, zwaaien naar de eigenaar van het restaurant, gelukzalig zuchten en de hele tijd instemmend knikken.

Ik moet gewoon mijn kop houden.

Ed zegt het niet. Maar daar komt het wel op neer.

We lopen naar het restaurant.